This post is also available in: English

Read the Bangla version on Samakal

Leoni Cuelenaere was 3 jaar lang de Nederlandse ambassadeur in Bangladesh. Deze zomer zwaaide ze af. Aanleiding voor een gesprek over haar jarenlange samenwerking met Bangladeshis*, het Deltaplan en de inbreng van de Nederlandse watersector.

*Bij gebrek aan een beter alternatief hebben we ervoor gekozen dit Engelse leenwoord te gebruiken. De woorden ‘Bengaal’ en ‘Bengalees’ duiden niet op nationaliteit, maar op etniciteit, en doen geen recht aan de etnische minderheden voor wie Bangladesh ook hun thuisland is.
Noordoost Bangladesh in de regentijd. Foto: Niels van den Berge

Bangladesh verschijnt alleen met negatieve verhalen in het nieuws, zo lijkt het. Na het instorten van een grote textielfabriek in 2013 en een terroristische aanslag drie jaar later, kwam ook een andere gedachte naar boven: o ja, dat is het land waar een paar decennia geleden nog honderdduizenden doden vielen door een orkaan en overstromingen.

Hebben de Bangladeshis, die in het nieuws worden omringd met rampspoed, een antwoord gevonden op de problematiek van het wassende water? Want dat ze last hebben van water is wel duidelijk: Bangladesh is onderdeel van de de Ganges-Brahmaputra delta, de grootste delta ter wereld. Met maar liefst 700 rivieren, die in de regentijd kilometersbreed aanzwellen.

We zijn nieuwsgierig en vragen het aan Leoni Cuelenaere, tot voor kort de Nederlandse ambassadeur in de hoofdstad Dhaka. Ze wil ons graag meer vertellen over het land waar ze van onder de indruk is geraakt. Het land dat ze een warm hart toedraagt, omdat ze van dichtbij heeft ervaren hoe hopeloos, maar ook hoe veerkrachtig de mensen na de overstromingen zijn.

Deze veerkracht komt tijdens ons gesprek een aantal keer terug. Maar voordat we beginnen, introduceert ze Peter de Vries, waterdeskundige van de Nederlandse ambassade in Bangladesh.

De samenwerking tussen Bangladesh en Nederland op het gebied van water gaat lang terug. Wat heeft het opgeleverd?

‘Het begon in 1955’, legt Cuelenaere uit. ‘Net na de watersnoodramp vroeg de ambassadeur uit Oost-Pakistan (het huidige Bangladesh) aan Nederland of lokale ingenieurs ervaring mochten opdoen. Hieruit is IHE Delft ontstaan, het kennisinstituut voor water, waar nog steeds veel Bangladeshis hun opleiding watermanagement volgen.’

De ramp van 1953 en Deltawerken om Zeeland, Zuid-Holland en Noord-Brabant te beschermen tegen de zee, stonden dus aan de basis van de levendige samenwerking zoals we die nu kennen. In 2014 riep minister-president Sheikh Hasina opnieuw de hulp in van Nederland, maar nu om gezamenlijk een deltaplan te maken dat Bangladesh moet beschermen tegen hoogwater en ook moet zorgen voor voldoende zoet water.

Het Deltaplan is vergelijkbaar met het Nederlandse Deltaplan van de commissie Veerman uit 2008. Ook voor Bangladesh staat een veilige, klimaatbestendige en economisch sterke delta voorop. Maar het grote verschil is de enorme bevolkingsdruk: het Aziatische land groeit jaarlijks met 2 miljoen mensen. Het plan wordt naar verwachting op korte termijn officieel overgenomen en uitgevoerd door de Bangladeshi regering.

‘Het is de kroon op een lange samenwerking tussen Bangladesh en Nederland’, zegt Cuelenaere. ‘Als Zeeuw vind ik het extra bijzonder, omdat wij na de watersnoodramp van 1953 ook vol aan de bak moesten om onze delta veilig te houden. De geleerde lessen passen we nu in nauwe samenwerking met de Bangladeshi collega’s hier toe, bijvoorbeeld door het aanstellen van een Deltacommissaris die jaarlijks het Deltaprogramma vaststelt en uitvoert met financiering uit een Deltafonds.’

Volgens Cuelenaere is de noodzaak voor het plan groot, want regelmatig spoelen dorpen weg in de kustpolders en wordt landbouwgrond onvruchtbaar door verzilting en overstromingen. ‘De komende decennia zullen extreme weersomstandigheden, verzilting en wateruitdagingen alleen maar toenemen.’

Waarin verschilt het deltaplan in Bangladesh van dat in Nederland?

De Vries: ‘Watermanagement is hier anders georganiseerd. In Nederland hebben we de waterschappen; organisaties die door de eeuwen heen een eigen mandaat en eigen financiële middelen hebben gekregen. In Bangladesh werkt de overheid met lokale groepen van watergebruikers samen aan het beheer van het water in hun dorpen en (sub-)districten. Het versterken van de lokale watermanagement-groepen is een belangrijke prioriteit in onze projecten hier.’

Boeren bij Khulna bespreken de waterproblemen in hun dorp. Foto: Joep Janssen

Tweerichtingsverkeer

Het uitwisselen van kennis en ervaring wordt steeds meer tweerichtingsverkeer tussen Nederlandse en Bangladeshi waterexperts.

Cuelenaere: ‘Nederlandse organisaties in de Bangladeshi watersector beseffen steeds meer dat we niet alleen kennis brengen, maar ook veel nieuwe ervaring halen. De ervaring die we opdoen over de complexe waterproblematiek in ’s werelds grootste delta, kunnen we in andere delta’s goed gebruiken.’

Donor darling

Ondanks de mooie resultaten is er ook kritiek op de samenwerking. Volgens sommige experts uit de watersector en ontwikkelingshulp stellen Bangladeshi organisaties zich te afhankelijk op van donoren. Ze zijn te veel bezig om gaten te dichten en komen nauwelijks toe aan de structurele versterking van Bangladeshi instituties op het gebied van watermanagement.

Neem de Bangladesh Water Development Board bijvoorbeeld, die verantwoordelijk is voor de infrastructurele waterwerken. Bij de uitvoering van basale onderhoudstaken en aanleg van dijken en sluizen, zijn zij nog te vaak afhankelijk van projectfinanciering vanuit het centrale overheidsbudget van Bangladesh of van buitenlandse hulp en financiële instellingen .

‘We zetten ook op dit punt stappen in de goede richting. De door Nederland gefinancierde waterprojecten zijn bewust vaak grotendeels op capaciteitsontwikkeling gericht’, reageert De Vries. ‘De aanleg van infrastructuur wordt slechts beperkt gefinancierd.’

De Vries: ‘Het Deltaplan is er ook op gericht om de capaciteit op het gebied van onderhoud bij Bangladeshi autoriteiten te versterken. Zo komt er bijvoorbeeld een onderhoudsfonds en gaan overheden integrale, lange termijnplannen ontwikkelen om te bouwen aan waterveiligheid, voedselzekerheid, duurzame economische groei en een goede voorbereiding op natuurrampen.’

‘De Bangladeshi hulpvraag verschuift ook’, zegt Cuelenaere. ‘En dat is een positieve ontwikkeling . Als we de ministeries in Bangladesh vragen wat voor type projecten nodig zijn, krijgen we steeds vaker verzoeken voor kennisuitwisseling. De overheid in Bangladesh maakt zich dus klaar om meer zelf te doen.’

Bijeenkomst over het Bangladesh Deltaplan in 2015. Bron: website Bangladesh Deltaplan 2100

‘Een kwestie van lange adem’

Uiteindelijk kunnen interventies alleen effectief zijn als techniek en cultuur met elkaar worden verbonden. ‘Nederlandse oplossingen zijn niet zomaar toe te passen in Bangladesh’, zegt De Vries. ‘Geografisch gezien lijken onze landen misschien op elkaar, maar in sociaal, economisch en institutioneel opzicht zijn de verschillen groot.’

‘Eerder hadden we het al over verschillen tussen de waterschappen in Nederland en groepen voor watermanagement hier. Daarom is samenwerking tussen lokale en Nederlandse waterexperts ook zo belangrijk. We moeten zoeken naar synergie en naar mogelijkheden binnen de lokale context.’

Je overwint niet zomaar culturele verschillen, taalbarrières en de verschillen in context.

‘Dat kun je niet van de ene op de andere dag gemakkelijk regelen’, zegt De Vries. ‘In Nederland heeft de ontwikkeling van waterschappen ook honderden jaren geduurd. Je overwint niet zomaar culturele verschillen, taalbarrières en de verschillen in context. Het is een kwestie van lange adem.’

Cuelenaere: ‘Bij het schrijven van het Deltaplan hebben Bangladeshi en Nederlandse experts en overheden op gelijke voet samengewerkt. Dat was alleen mogelijk omdat er decennialange kennisuitwisseling aan vooraf is gegaan. Niet alleen IHE Delft, maar ook uitwisselingsprojecten, trainingen en workshops met ambtenaren uit beide landen hebben een goede fundering gelegd.’

Hoe ziet de toekomstige samenwerking eruit?

Nederland zal zich actief blijven richten op Bangladesh en het thema water. De Nederlandse ambassade in Dhaka is op dit moment, in samenwerking met de overheid en andere partners in Bangladesh, bezig haar toekomstagenda te schrijven. De samenwerking tussen beide landen gaat dus door. De vraag is nog wel op welke manier.

Klimaatadaptatie zal een steeds belangrijker onderdeel van de samenwerking op watergebied worden. De rode draad door het Bangladesh Deltaplan 2100 is aanpassing aan klimaatverandering en milieudegradatie (‘adaptive delta management) . Dit past binnen internationale trends, zoals de oprichting van het Green Climate Fund van de Verenigde Naties.

Daarnaast verschuift de aandacht van hulp naar handel. ‘Een ontwikkeling die we kritisch moeten blijven volgen’, zegt Cuelenaere. ‘Niet elk probleem is met handel op te lossen. De allerarmsten in de Bangladeshi delta hebben bijvoorbeeld gewoon recht op hulp. Dat daar soms handel uit voort komt, is mooi meegenomen. En niet andersom.’

Hoewel Chinese waterexperts goedkoper zijn dan de Nederlandse blijven we nog steeds populair in Bangladesh, aldus De Vries. ‘Dat komt vooral door de jarenlange samenwerking, de relaties die we met ontwikkelingshulp hebben opgebouwd en onze integrale aanpak. Dat mogen we niet zomaar weggooien.’

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.