This post is also available in: English

Victor Langenberg, expert bij onderzoeksinstituut Deltares, heeft een lange werkervaring in Afrika. Hij is verbaasd over hoe Westerse experts hun waterinnovaties op dit continent van de grond proberen te krijgen. ‘Luister naar lokale experts en pas je beeld over Afrika aan.’

We ontmoeten Victor Langenberg op zijn kantoor in Delft dat onlangs is gerenoveerd. Buiten zijn graafmachines in de weer om een nieuwe campus aan te leggen. ‘Het wordt groener’, zegt hij. Langenberg vertelt enthousiast over het delen van culturele inzichten om innovaties te ontwikkelen die meer relevantie hebben in de Afrikaanse context. Volgens Langenberg helpen verhalen om deze lokale context beter te begrijpen.

Het Afrikaanse continent voelt de hitte van klimaatverandering. De mensen zijn gemotiveerd om nu te handelen. Nederlandse overheden, kennisinstellingen en ondernemers staan klaar om Afrika bij te staan met innovaties op het gebied van water, energie en voedsel . Echter, als je een nieuwe technologie wilt implementeren moet je deze eerst ‘tweaken’ en aanpassen aan de lokale context.

Dit interview gaat over de Afrikaanse cultuur en Nederlandse vernieuwers die effectief willen zijn in Afrikaanse landen.

Victor Langenberg met lokale experts op een boot. Foto: Victor Langenberg

Je hebt meer dan 25 jaar ervaring in het onderzoeken en adviseren over de Afrikaanse meren en rivierdelta’s. Waarom richt jij je vooral op dit continent?
Afrika is echt booming. Het is het snelst ontwikkelende continent ter wereld. Er wonen meer dan 1 miljard mensen en dat aantal groeit naar verwachting tot 3 miljard in 2050. Het is een erg inspirerend continent, omdat de economische, sociaal-culturele en ook politieke groei vooral wordt gedreven door een groeiende groep van jonge Afrikanen, die de traditionele praktijk combineren met een moderne aanpak.

Afrika zit midden in de transitie van een traditionele naar een moderne maatschappij. Ze beweegt van een zichzelf in stand houdende autonome maatschappij met een lage ecologische voetafdruk naar een modern monetair systeem met een hoge ecologische voetafdruk. Dit is heel interessant, omdat wij in het Westen eigenlijk de tegenovergestelde kant op willen gaan.

In Afrika wordt het ‘situationeel ervaren’ steeds vaker gecombineerd met een probleemoplossende houding. Als dat gebeurt, wordt alles mogelijk.

Kun je ons meer inzicht geven in de misvattingen over Afrika?
De meest opvallende misvatting gaat over grootte. Het continent wordt steevast te klein afgebeeld op kaarten. Onze kinderen weten vaak niet dat Afrika bijna vier keer zo groot is als het huidige Europa. Het is een enorm continent – geen land – met grote rivieren en delta’s.

Mensen denken over Afrika in termen van armoede, corruptie, technologische lacunes en oorlog. Maar in werkelijkheid is het aantal conflicten afgenomen. Ook blijven meer lokale experts in hun Afrikaanse landen en starten ze innovatieve bedrijven. Dat is heel inspirerend.

Kind op een boot. Foto: Victor Langenberg

Je bent betrokken bij het programma Valorisation and Innovation in Africa (VIA Water) dat wordt gefinancierd door de Nederlandse overheid. Kun je meer vertellen over de achtergrond van dit programma?
VIA Water is uniek omdat we ons concentreren op urgente stedelijke waterproblemen in verschillende Afrikaanse landen. Nieuwe innovaties en kennis worden gedeeld om startende bedrijven te helpen die aan het begin staan van hun ontwikkeling.

We helpen deze ondernemers hun innovaties ‘marktklaar’ te krijgen en om van daaruit op te schalen. Dit leidt tot goede uitvindingen en toepassingen die helpen bij het oplossen van urgente water en klimaatproblemen.

Op welke landen richt het programma zich?
We richten ons op Benin, Ghana, Kenia, Mali, Mozambique, Rwanda en Zuid-Soedan. Maar het programma is niet beperkt tot deze zeven landen. We hebben ook een aantal projecten in andere Afrikaanse landen zoals Senegal. Als je kijkt naar de ondernemerskracht op lokaal niveau dan zie je dat organisaties uit Ghana en Kenia de meeste ideeën en innovaties insturen.

Waarom is dat?
Ghana en Kenia hebben sterke lokale markten. De economieën van deze landen groeien snel. Bovendien is er veel expertise beschikbaar en zijn er veel ondernemers. Deze veelal jonge mensen hebben een sterke drive om nieuwe bedrijven te starten rond waterproblemen in hun directe stedelijke omgeving.

Kun je een voorbeeld geven van een succesverhaal?
Een van de succesverhalen is het waterhyacint project in Benin. Deze waterplanten zijn hardnekkige woekeraars en blokkeren de ontwikkeling rond een van hun grootste steden. Het meer gaat in feite dood. Een van de belangrijkste gevolgen is dat mensen niet meer kunnen vissen.

Mensen hebben er schoon genoeg van en zoeken naar oplossingen om dit probleem aan te pakken. Ze zijn op zoek naar nieuwe manieren om de waterhyacint te gebruiken en er producten van te maken die lokaal verkocht kunnen worden. Vooral voor vrouwen biedt dit nieuwe ondernemingskansen, want zij hebben meestal weinig alternatieven, behalve het werk in de visverwerking of zelfvoorzieningslandbouw.

In dit project oogsten, drogen en verpakken ze de waterhyacint, die ze vervolgens voor een goede prijs aan de fabriek verkopen. De fabriek verwerkt het in een soort vezel dat wordt gebruikt in de scheepvaart en olie-industrie bij het absorberen van verontreinigende en olieachtige stoffen.

Dit innovatieve lokale product heeft een enorme maatschappelijke impact en maakt het milieu meteen schoon. Een inclusief en duurzaam project dat lokaal wordt beheerd en waarvan de producten ook lokaal worden verkocht. Dit project inspireert meer mensen in Afrika. Ik ben ervan overtuigd dat het een grote invloed zal hebben.

Vissersgemeenschap in Kisimu. Foto: Victor Langenberg

Wat zijn de lessen die je in Afrika hebt geleerd?
In mijn adviesrol voor VIA Water en in mijn rol als lid van de Raad van de Netherlands-African Business Council (NABC) krijg ik de mogelijkheid om ondernemers, investeerders, academici en ngo’s uit Nederland te ontmoeten. Ze zijn vaak overtuigd dat hun innovatie en technologie zal werken in Afrika. Dat triggert me en ik stel dan de vraag: hoe implementeer je het idee ter plaatse?

Een voorbeeld. Ik ontmoette een ondernemer die ervan overtuigd was dat Afrika drinkwater nodig heeft. Hij ontwikkelde een geweldig product dat duurzaam is, eenvoudig te maken en met een ‘groene’ technologie om schoon drinkwater te maken. Hij deed wat projecten hier en daar, maar brak nooit door met zijn uitvinding.

Ik bood hem een plek aan op onze projectlocatie in Kenia om zijn product een tijdje te testen in samenwerking met de lokale experts. De techniek werkte, maar na het eerste eureka moment trok het verder weinig aandacht ter plaatse. De behoeften van lokale gemeenschappen waren totaal anders. Na heel wat discussies raakte hij ervan overtuigd dat drinkwater niet het probleem was in Kenia. Er is namelijk volop keuze aan flessen met schoon drinkwater, zelfs naast het grote Victoriameer.

Na uitvoerige gesprekken met lokale gemeenschappen bleek uiteindelijk de vissersgemeenschap een juiste doelgroep voor deze innovatie. Er is een enorme markt voor nabewerkte kleine vis in Oost-Afrikaanse landen, dus vroegen ze hem: helpt jouw uitvinding ook bij de nabewerking?

Samen met de Afrikaanse bevolking bouwde hij zijn uitvinding om tot een visdroger. De lokale dorpsbewoners geloven er nu in en zien het potentieel in het maken van gezondere visproducten, die ze zonder deze visdroger niet konden produceren.

De ondernemer kan nu ook cassave, bananen en tomaten drogen. Een geweldige verbetering, omdat de markt tijdens het oogstseizoen overspoeld wordt met groenten en fruit. Dit resulteert dan in een daling van de prijzen voor landbouwproducten. De droger kan helpen om landbouwproducten te behouden en rauwe groenten en fruit om te zetten in verwerkte producten.

Dit voorbeeld illustreert de potentiële impact van het blootstellen van niet-Afrikaanse experts aan Afrikaanse kennis en ervaring. Internationale en Afrikaanse experts kunnen samen grote dingen bereiken als ze de kans krijgen om gezamenlijk te onderhandelen over hoe producten moeten worden aangepast aan de lokale markt. Het is een uitdagend proces en vereist tijd en flexibiliteit om de agenda’s aan te passen en naar lokale experts te luisteren. Maar bovenal: pas je beeld aan over de Afrikaanse ontwikkeling.

Heb je een advies voor Nederlandse waterexperts die naar Afrika gaan?
Toen ik een van de meest vooraanstaande Afrikaanse experts ontmoette die betrokken is bij het ambitieuze havenplan van Lamu in Kenia, vroeg ik hem wat hij vond van de Nederlandse waterexperts. Hij sloot de deur en vertelde me dat we een van de besten zijn in het beheren van complexe waterproblemen, maar hij gaf de Nederlanders een belangrijk advies: klop niet elke week op mijn deur.

Net zoals de Aziaten, Amerikanen en Israëliërs, moeten de Nederlanders zich beter en wat flinker organiseren. We moeten één of twee keer per jaar vergaderen met alle belanghebbenden om met een sterk gezamenlijk product of een inspirerend watervoorstel te komen.

Er wordt veel samengewerkt tussen Nederlandse waterpartijen in Kenia en andere Afrikaanse landen. Deze samenwerking is op zich goed, maar in projecten versnipperd en de follow-up is gebrekkig met dus relatief weinig impact. Dat is uiteindelijk verwarrend voor lokale bestuurders. We kunnen meer impact hebben door langdurig samen te werken in goed gecoördineerde partnerschappen.

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.