This post is also available in: English

De grootste waterschaarste in de wereld vind je in het Midden-Oosten en Noord-Afrika, de zogenaamde MENA-regio. Meer dan 60% van de mensen in deze landen hebben weinig of geen toegang tot drinkbaar water. Zoals in Egypte, waar de Nijldelta kampt met toenemende droogte, slechte waterkwaliteit en andere uitdagingen. Hoe kunnen deze dringende waterproblemen worden opgelost?

99 procent van de historische steden in Egypte ligt nog onder het zand begraven. Althans, dat beweert de Amerikaanse archeologe Sarah Parcak. In de BBC-documentaire ‘Egypt’s Lost Cities’ uit 2011 toont zij aan de hand van satellietbeelden talloze stedelijke patronen die onder een laag rivierklei zijn verdwenen. De steden werden gevoed met rijst uit irrigatielandbouw uit de vruchtbare Nijldelta. Maar dit natuurlijke evenwicht tussen het Nijlwater, de irrigatielandbouw op het platteland en de stedelijke bevolking staat onder druk.

Een man roeit over de rivier de Nijl. Foto: Islam Hassan

Een agrarische metropool

De Nijldelta, de ‘rijstkom’ van Afrika, levert twee derde van het voedsel dat Egypte nodig heeft om zijn meer dan 80 miljoen inwoners te voeden. Door de bevolkingsgroei (deskundigen verwachten 140 miljoen inwoners in 2050) en het watertekort is snelle actie noodzakelijk. Met dit uitgangspunt startte het Rotterdamse architectenbureau Atelier Kempe Thill samen met de architecten van baukuh en GRAU in 2012 een onderzoek naar de verstedelijking in dit deltagebied.

Hun project ‘900 km Nile City’ richtte zich op de lijnvormige serie van nederzettingen (vergelijkbaar met het stedenbouwkundig patroon in de Mekongdelta) tussen Aswan en Cairo, een belangrijk Egyptisch landbouwgebied met een stedelijke dichtheid van 2200 inwoners per vierkante kilometer.

Dat is veel, als je kijkt naar Nederland met bijna 500 en de Mekongdelta met ruim 400 inwoners per vierkante kilometer. Maar, zo constateren de architecten, elke vorm van stedelijke infrastructuur ontbreekt. Oliver Thill: ‘Het is een eindeloze herhaling van organisch aan elkaar gegroeide rurale dorpen met hetzelfde patroon.’

‘We deden onderzoek naar de mogelijkheden om het gebied beter te benutten en te behouden voor landbouw. Daarvoor moet je de hele vallei als één stedelijk systeem zien.’ De Nijlvallei is zo bezien een stad die geen stad wil zijn, of anders gezegd: een stad met twee gezichten. Aan de ene kant lijkt het gebied nauwelijks bewoond, groen en stil en aan de andere kant is het extreem dicht bevolkt, kleurrijk en hectisch – een agrarische metropool.’

Het onderzoeksproject ‘900 kilometer Nijlstad’ door Atelier Kempe Thill, Baukuh en GRAU.

Toekomstplannen

Het ruimtelijke antwoord van de overheid op deze overbevolking is de bouw van woestijnsteden. Volgens de onderzoekers wil niemand daar echter wonen, ver weg van de delta. Het zijn spooksteden, zoals New Sohaq, waar 30.000 huizen leeg staan.

Het plan van de architecten is nu om de bestaande kleine centra in de vallei met de steden in de woestijn te verbinden. Daarbij pleiten zij voor een wisselwerking tussen centraal aangestuurde overheidsingrepen, zoals de aanleg van wegen, en de talloze kleinschalige initiatieven van de bevolking, zoals de plaatsing van waterpompen, om het water eerlijk te verdelen.

Zo’n aangepast waterbeleid moet zich al in de nabije toekomst bewijzen. Ethiopië hoopt een enorme stuwdam in gebruik te nemen om de energie- en landbouwontwikkeling van het arme land op gang te brengen. ‘Egypte en Sudan zijn relatief droge landen die sterk afhankelijk zijn van het water dat uit Ethiopië komt’, zegt Hermen Smit, onderzoeker van het Delft Institute for Water Education. ‘Egypte is bang dat het de controle over de Nijl verliest als Ethiopië de doorstroming kan bepalen.’

‘Een fundamenteel verschil tussen de Mekong- en Nijldelta is dat er in de Nijldelta nauwelijks neerslag valt’, legt Smit uit. ‘Hierdoor is de landbouw in Egypte volledig afhankelijk van irrigatie.’ Om de watertoevoer te controleren – en water langer vast te houden voor de droge periode – hebben de Egyptenaren in 1970 de Hoge Aswandam gebouwd. Het stuwmeer kan Egypte twee jaar lang van water voorzien.

Nu zijn de boeren allemaal afhankelijk van een paar mensen die achter de knoppen van de grote dam zitten.

Dat heeft twee belangrijke gevolgen. ‘Het sediment blijft in het stuwmeer achter, waardoor de Nijldelta niet meer aangroeit en waardoor boeren meer kunstmest moeten gebruiken. Bovendien is geen vloedirrigatie meer mogelijk, omdat de Nijl niet meer buiten zijn oevers treedt. Vroeger irrigeerden veel Egyptische boeren door tijdens de vloed met aarden dammetjes een deel van het water op hun land vast te houden. Nu zijn de boeren allemaal afhankelijk van een paar mensen die achter de knoppen van de grote dam zitten.’

De vraag is hoe een dam of irrigatiesysteem de stad en het platteland verandert. Smit: ‘Door de Hoge Aswandam zijn er geen grote vloedgolven meer in Egypte. Daardoor zijn meer mensen dichter bij de rivier gaan wonen. Verder wordt het Nijlwater nu strikt gereguleerd en bijna volledig gebruikt: 80 procent voor de landbouw en 20 procent voor de industrie en de stad.’

‘Doordat er geen Nijlvloeden meer zijn is er meer water nodig om zouten die met het irrigatiewater mee worden gevoerd en achterblijven in de bodem weg te spoelen met extra water. Door het lozen van het zoute water op de Nijl neemt de waterkwaliteit af. Dat wordt nog eens versterkt door industriële vervuiling door de verstedelijking.’

‘De Nederlandse waterkennis staat in Egypte hoog aangeschreven’, zegt Smit, net als in Vietnam waar de Nederlandse overheid met het bedrijfsleven en kennisinstellingen plannen ontwikkelt. Smit vindt dat de Nederlanders zich bij de kennisexport te weinig rekenschap geven van de lokale cultuur: ‘Het is juist belangrijk om de lokale situatie scherp op het netvlies te houden – niet alleen de waterproblematiek maar ook de sociale en historische context. Een boer heeft vaak een ander idee over water dan de maker van een model dat de waterstroom simuleert.’

En die boeren zijn natuurlijk wel nodig om vernieuwingen in het waterbeheer door te voeren. Export van waterkennis is niet in de eerste plaats een technische zaak, maar een culturele aangelegenheid die veel tijd en geld vergt.

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.